Gisteren kwam ik in de reader zomaar dit artikel op nrc next tegen, waarin Ernst-Jan Pfauth wat punten maakt over email en Facebook, Google Docs, Twitter, en wat dat externaliseren van data allemaal betekent voor het bedrijfsleven. Hij haalt ook nog een post van Frank Meeuwsen aan, met Web 2.0, "sharing is caring", en dergelijke blah. In eerste instantie ging mijn reactie ongeveer aldus:

  1. "Whoa, fuck!"
  2. "Nee, man, serieus, meent-ie dit?"
  3. "Whoa, fuck!"

Ongeveer in die volgorde.

Het punt is: Frank is verre van dom, en verre van onbekend met het fenomeen internet. Als je daadwerkelijk Franks post leest -- iets waar ik vanmorgen pas aan toekwam -- komt daar een iets ander verhaal uit: hij loopt niet zozeer jodelend weg met het idee dat werknemers email verruilen voor berichten op Facebook, hij bespreekt een soort Twitter-voor-intern-gebruik.

Kleine update: Ernst-Jan heeft intussen in het artikel intussen verduidelijkt dat Franks goedkeuring vooral over Yammer ging.

Oh, zeg dat dan meteen. Probleem opgelost, derhalve?

Nou, nee. Frank mag dan verkeerd aangehaald zijn, feit blijft wel dat steeds meer informatie inderdaad "het bedrijf" verlaat, en dan niet op de -- door Ernst-Jan al genoemde -- slingerende USB-stick, maar willens en wetens en tot op zekere hoogte met de zegen van de baas.

Even terzijde: "slingerende USB-stick" zou wat mij betreft reden zijn voor direct en oneervol ontslag, zo niet standrechtelijke executie -- gewoon om heel erg duidelijk te maken dat je zo, godnogantoe, niet met gevoelige data omgaat.

Information wants to be free, man!

Tot op zekere hoogte is het natuurlijk prima dat informatie het bedrijf verlaat, en ik zou nog iets verder dan Ernst-Jan willen gaan: dat hele sharing is caring gedoe is niet beperkt zich tot Web 2.0. Het is een verandering van insteek die je op steeds meer plaatsen terugziet: het gaat niet meer alleen om het -- al dan niet tastbare -- product dat je aanbiedt, het gaat om de value die je toevoegt.

Verlichte zielen zien teruglopende CD-verkoop niet als probleem, ze richting zich op concerten en andere zaken die meer dan beleving -- concerten, bijvoorbeeld -- te maken hebben dan met een stukje plastic met een boekje erbij.
Ze beschouwen het gratis ende voor niets ter beschikking stellen van een schat aan informatie, op blogs en dergelijke, niet als zeker teken van vroeg inzettende seniliteit, maar als methode om de wereld te laten zien dat je het meent, dat je expertise in huis hebt, dat je iets toe te voegen hebt.

Mensen als Seth Godin, Steve Pavlina en, welja, Maxime Verhagen -- en met hen nog een heel legertje -- vertellen juist aan de buitenwereld waar ze mee bezig zijn en wat ze bezig houdt, en dat is een prima manier om jezelf tot brand te bombarderen. Prachtige doe-het-zelf marketing, en het voelt nog lekker authentiek aan, ook.

Sharing is niet alleen caring, het is ook een manier om te laten zien wie je bent en waar je voor staat, wat je in andere mensen verwacht en wat van mensen van jou mogen verwachten. Ook zakelijk.

Goed, dat is dus niet het probleem, dat levert bij mij geen "whoa fuck" op. Wat dan wel?

Het idee dat dat sharing-gebeuren op de Facebooks en Twitters zou moeten gebeuren, of liever gezegd, dat een bedrijf zoiets als gezond beschouwt. Dat is het namelijk absoluut niet, om één hele simpele reden: betrouwbaarheid.

Is mijn meuk bij X veilig ondergebracht?

Dat lijkt een vrij duidelijke en voor de hand liggende vraag, maar het lijkt erop dat-ie toch te weinig gesteld wordt. Een flinke kluit mensen vertrouwt er vrij blindelings op dat de teksten, foto's, video's en dergelijke goed door de gebruikte dienst worden opgeslagen en gebackupt. Niet alleen dat, maar ze lijken er ook vrij zeker van te zijn dat de aanbieder alle rekeningen kan betalen, en ondanks een gebrek aan elke vorm van business plan -- ja, Twitter, ik kijk naar jou -- toch op magische wijze blijft bestaan.

Heus?

Nee, echt, heus?

Laten we eens kijken naar wat er de afgelopen tijd zoal is gebeurd, qua magisch blijven bestaan en nooit fouten maken:

  • Na 6 jaar blijkbaar zonder backup gewerkt te hebben, ging Journalspace begin dit jaar spectaculair ten onder. Jaren van content in één keer weg. Intussen lijkt de site een doorstart te hebben gemaakt -- dit maal op WordPress MU + BuddyPress, en hopelijk met backup.
  • Nog geen maand later blijkt ook Ma.gnolia geen goeie backup te hebben.
  • De laatste tijd lijkt het goed te gaan, maar 2008 was het jaar van de Twitter Fail Whale. Twitter lag zo vaak plat dat het eigenlijk niet grappig meer was. Tenminste...
  • Wat zegt u? Dit soort fuckups komt alleen bij kleine startups voor? Nee hoor: een weekje geleden pleurde er bij Facebook iets om, waardoor foto's urenlang weg waren. Gelukkig had Facebook wel een werkende backup.
  • Zelfs de Almachtige Google is niet immuun voor een beetje faal op zijn tijd. Eind vorige maand knalde Gmail er door een menselijk foutje voor een paar uur uit, en dat was niet de eerste keer.

En dat zijn er dan een paar die ik zo even kan opnoemen. Wat vooral interessant is om op te merken: de kleinere startups overleven een dergelijke fuckup niet altijd.

Jason Scott verwoordt het allemaal heel fraai in Fuck The Cloud:

If you want to take advantage of the froth [...] then do so, but recognize that these are not Services. These are not dependable enterprises. These are parties. And parties are fun and parties and cool and you meet neat people at parties but parties are not a home.

Maar de "is het betrouwbaar"-vraag gaat verder dan backups en kundige mensen.

Oh ja, en dat walled-garden-geneuzel...

Ik heb het daar al eerder over gehad, dus dat ga ik hier niet allemaal herhalen; het enige dat er sinds die post veranderd is, is dat er een enorme rel is geweest over de gebruikersvoorwaarden van Facebook, toen Facebook besloot dat alles wat je daar neerzette, voor altijd en eeuwig eigendom van Facebook zou worden, amen. Dat werd vrij rap weer teruggedraaid, maar het feit dat het ook maar een minuutje in de voorwaarden heeft gestaan zegt eigenlijk al genoeg. Blij Hoofd Zuckerberg kan honderd keer zeggen dat Facebook heus geen evil trekjes heeft, maar daden spreken nog net iets harder dan woorden.

Goed, dus je stalt je shit ergens op een site die niet door domme pech incompetentie in vlammen opgaat, maar je geeft nog steeds het nodige op. Mocht je er, om wat voor reden, vanaf willen, dan ben je proper fucked, want een export-procedure is nog steeds een vies woord, alle claims over openheid en uitwisselen en regenbogen en eenhoons ten spijt.

Frank geeft dat trouwens zelf ook aan in de post waar het allemaal mee begon. Ik weet niet in hoeverre hij het zelf doorheeft, maar die ene opmerking onderstreept precies waar ik me zo druk over maak:

We zagen Yammer als een klein experiment waarvan we vanzelf wel zouden zien of aanslaat of niet. [...] Maar op dit moment zijn er 34 van de 40 medewerkers actief op Yammer. Overstappen zou weer een hele operatie zijn en we zijn de conversaties dan ook kwijt.

Holy fucking hell, nee, dat is een geweldig idee: laat ik me bedrijfsmatig vastleggen op een stuk software waar ik geen enkele invloed over heb. "Nu is het zonde als de kennis die in de email zit alleen tussen de collega’s blijft," dat was één van de redenen om dit te proberen. Mocht Yammer morgen de rotmoord steken of besluiten om een ziljoen dollar voor hun diensten te gaan vragen, blijft die kennis niet tussen collega's, dan is die kennis gewoon weg, pleite, foetsie, jammer maar helaas.

Toch een beetje whoa, fuck, dus.

Ben ik een zeikerd? Zeker. Zit ik Frank hier voor de lol te dissen? Absoluut niet; zoals ik aan het begin van dit veel te lange lulverhaal al schreef komt Frank allesbehalve dom over, ik respecteer de man om wat hij allemaal heeft gedaan en geschreven. Ik vind alleen dit geen slimme zet. Het idee is prima, het feit dat hij een belangrijk stuk van zijn interne communicatie ophangt aan een willekeurig bedrijfje is dat in mijn ogen niet.

Ja, maar... wat dán?

Ook dat heb ik al vaker geroepen: doe het zelf. Niet als in "schrijf elk stuk software zelf", dat is het wiel opnieuw uitvinden en dus zonde van de tijd. Maar zorg ervoor dat je zelf de volledige controle houdt. Zet ergens een servertje neer en gooi daar Laconica of WordPress-met-Prologue op. Blammo, je eigenste Twitter-kloon, het kost je hooguit een beetje stroom en wat tijd om het op te zetten, en alle data bevindt zich in je eigen bedrijf. Backuppen, van software wisselen, de software ietsjes aanpassen zodat het helemaal perfect bij je organisatie past, zelf bepalen wanneer het ding "down for maintenance" is... you name it, you can do it.

Zeker bij Rhinofly -- dat zich met internet en web enzo bezighoudt -- moet dit geen probleem zijn. Mocht het dat wel zijn, omdat iedereen het daar te druk heeft met kick-ass webspul in elkaar draaien: voor het treinkaartje en een pot koffie wil ik best een middagje een LAMP+Laconica in elkaar komen knutselen. No, I'm not kidding. Wil ik best nog even kijken in hoeverre het misschien mogelijk is om alle Yammer-data niet kwijt te raken, ook.

Ik denk dat ik dat punt nu wel voldoende duidelijk heb gemaakt, inderdaad. Dat hele cloud/web-2.0 gebeuren is prachtig, maar beschouw het als een extra, en hou altijd in je achterhoofd dat het elk moment kan wegvallen.

Even los van Frank, een conclusie

...want dat was maar een voorbeeldje in Ernst-Jans artikel. Hij wilde in bredere zin de discussie aanwakkeren over uit de school klappende medewerkers. Eigenlijk geldt daar wat mij betreft hetzelfde voor: hou het, als het even kan, in eigen hand. Start een corporate blog -- zoals Rhinofly dat bijvoorbeeld gedaan heeft -- of start een blognetwerk voor de medewerkers, maak een koppeling met -- relevante -- blogs die medewerkers privé bijhouden misschien, maar waak ervoor dat je als bedrijf niet teveel van je identiteit en workflow uit handen geeft aan partijen waarvan je niet met zekerheid hebt vastgesteld dat je ze -- zowel technisch als ethisch -- volledig kunt vertrouwen.

Ik zeg niet dat je de Hyves, Facebooks, Twitters enzovoorts absoluut links moet laten liggen, maar blijf bij elke stap en elke aanmelding nadenken.

Vraag je af wat je daar wilt gaan stallen, wat je ermee wilt bereiken, en hoe belangrijk die toevoeging voor je bedrijfsvoering of -imago is of kan worden. Als je tot de conclusie komt dat het iets belangrijks is, dat je het niet kwijt wilt, dat je er nu en in de toekomst controle over wilt houden, doe dan je uiterste best om het in eigen beheer te houden.

You'll thank me later.